

86,5 km | 3:33:47 | 24,3 km/h | 151 hfr
Vanmiddag trok ik erop uit met Rossi om de post-Vogezen conditie uit te testen op onze favoriete Kluisbergense bergjes. Via onze vaste aanlooproute Kortrijk – St Denijs – Bossuit – Escanaffles fietsten we naar Orroir, bij wielertoeristen wereldvermaard als één van de drie vertrekplaatsen voor de beklimming van de Kluisberg. Het Bédoin van de Kluisberg, zeg maar. Wat meteen van Ruien het Malaucène van de Kluisberg en van Amougy het Saoult van de Kluisberg maakt.
Het eerste stuk van de klim veloopt tamelijk vlot, en niet zonder trots meld ik Rossi dat ik op de 39 geklommen heb.
“Mooi zo, maar op het steile stuk naar het Torentje ga je weer van mij wegfietsen zeker?”
Huh? Què? “Weer” van hem wegfietsen? Op de Kluisberg? Ik kan me met de beste wil van de wereld niet inbeelden wanneer dat dan wel zou gebeurd zijn…
Maar kom, het moet voor alles de eerste keer zijn… en waarom niet vandaag? Rossi’s profetische woorden maken een ongekende motivatie in mij los, en zodra we aan de voet van het klimmetje naar het Torentje aankomen, gooi ik de ketting op de 30 en ga er als een razende vandoor. Op het eerste stuk haal ik een snelheid van 16 km/h, en in de laatste 100m (met 20% de steilste hectometer van de klim) ga ik op de pedalen lopen om het tempo zo hoog mogelijk te houden. Total loss, met een hartslag van 197, kom ik bij het Torentje… maar ik heb mijn allereerste overwinning op de Kluisberg tegen Rossi beet!
Na een paar minuutjes uithijgen, dalen we in de richting van Amougy en vatten onmiddellijk de beklimming van Le Horlitin aan. Geen dwaas gekoers, maar gewoon ontspannen naar boven. Als we er bijna zijn, gekscheer ik (met het air van een Vogezenklimmer) : “Zeg, Rossi, die Horlitin dat was toch langs hier hé? Wanneer begint die beklimming maar?”
Zoef, naar beneden, en op naar de Côte de Trieu, één van de lievelingsklimmetjes van Rossi. Maar op de Trieu wacht ons een zeer aangename verrassing: het wegdek werd volledig vernieuwd [1] [2] [3] ! Hoera! Eén van “onze bergjes” kreeg een nieuw asfaltlaagje: we voelen ons op slag zo gelukkig als 2 kinderen op 6 december!
Minder dan 2 maanden geleden, deed ik op deze blog trouwens nog mijn beklag over de bedenkelijke staat van het asfalt op de Trieu…
Terwijl we genietend over het zachte asfalt rollen, worden we voorbij gevlamd door een renner in Caisse d’Epargne uniform. Als een volleerd wielerfotograaf sprint ik er achteraan, fototoestel in de hand (Pfoew, niet makkelijk, klimmen met één hand aan het stuur!) … maar tot in zijn wiel raak ik niet [4] [5] [6] !
Door mijn plotse versnelling heb ik wel een behoorlijke kloof geslagen met Rossi, en aangezien dit op de Trieu een unicum is, leg ik onmiddellijk bewijsmateriaal vast voor de komende generaties [7] !
We rijden ondertussen het bos in voor de laatste hectometers van de Trieu, en ook hier ligt een asfaltje als een biljartlaken [8] [9] , terwijl hier tot enkele weken geleden putten van enkele centimeter diep het afdalen tot een hel maakten!
Ons volgende klimmetje is de Paterberg, en aangezien we nu toch aan het fotograferen geslagen zijn, geeft Rossi me wat voorsprong om actiefoto’s te maken van zijn beklimming [10] [11] [12] . Speciaal voor zijn Facebook-pagina, “want de vrouwtjes zijn daar zot van!”
Na het fotograferen, volgt het moeilijkste van deze operatie: me weer op gang trekken op het steilste punt van de Pater… Ik spring op de pedalen en raak tot mijn eigen verbazing en danseuze meteen weer in beweging. Wow, kracht over op de Pater!
Na de Pater moeten we nog één hindernis nemen, de traditionele afsluiter van een middagje Kluisbergen… Tiegemberg. En dat is een kolfje naar de hand van Rossi. Met groot machtsvertoon vertrekt hij van aan de voet, om uiteindelijk zeker met 100m voorsprong op de top aan te komen.
Als uitsmijter worden we tussen Tiegem en Izegem getrakteerd op 30 km felle kopwind, maar Rossi blijft zijn optimistische zelf: “Naar het schijnt is tegen wind fietsen een uitstekende klimtraining, Wim!”.