105 km | 5:30:43 | 19,0 km/h | 2460 hm | 145 hf/min
Om 7u stipt is het uit met de rust in kamer 1: Rossi sleurt op onnavolgbare wijze iedereen uit droomland [1] [2] [3] [4] . Na een uitgebreid en uitstekend ontbijtbuffet, blazen we verzamelen op de parking van het hotel [5] [6] [7] [8] [9] [10] . Als iedereen min of meer klaar is, is het tijd voor de traditionele groepsfoto. Aangezien we vandaag starten met de beklimming van onze lokale lieveling Col de la Vierge, is de locatie voor de fotoshoot snel gekozen. Eerst gaat Team Medishop op het kiekje [11] en daarna Bond Moyson Cycling Team au grand complet [12] .
Rit 2: La Bresse - Col de la Vierge (4km, 9%) – afdaling Col du Bramont – Grand Ballon (Moosch, 13 km, 7%) – afdaling Le Markstein – Col du Bramont (7km, 5%) – Route des Américains (3.5km, 8%) – afdaling Le Collet – afdaling Col des Feignes – La Bresse
Om 9u30 zijn we weg: na minder dan 100m fietsen beginnen we aan de Vierge. Vorig jaar reden we deze beklimming op zondagmorgen, na 3 zware fietsdagen… en toen werd het voor mij een ware calvarietocht (Een wat? Is dat iets met paarden?), omwenteling na omwenteling naar boven. Maar toch werd de Vierge toen voor eeuwig in mijn hart gegrift. En door de waanzinnige afdaling van gisteren is het er niet op verbeterd! In die mate dat Rossi mij vanochtend zonder blikken of blozen beschuldigde van overspel, omdat ik de Col de la Vierge verkoos boven de Mont St Aubert
!
Maar vandaag rijden we de Vierge op met betrekkelijk frisse benen, en dat maakt een wereld van verschil. Ik kan comfortabel in het zadel blijven en bepaal het tempo van het groepje van 6 achtervolgers. Achtervolgers? En we zijn pas begonnen? Tja, traditioneel schiet Mark er als een komeet vandoor zodra hij de weg bergop voelt lopen. En al even traditioneel sluipt Rossi er even later op zijn kousevoeten vandoor – geen demarrage zoals Mark, maar gewoon een constant tempo dat voor ieder van ons te hoog ligt.Zijn grote verzet draaiend zou hij zelfs tot op 20m naderen van een in slaap gesukkelde Mark… die meteen weer een versnelling uit de benen schudt als hij zijn concurrent ziet naderen!
Maar we zaten bij de achtervolgers… al is “achtervolgen” niet bepaald een correcte benaming, want dat impliceert dat je de achterstand probeert goed te maken. En dat is bij ons niet het geval… wij weten dat we onze 2 berggeiten pas zullen terug zien op de top van de Vierge…
Ik heb me echter een glashelder doel gesteld: derde op de Col de la Vierge. The Best of the Rest… brons, op het podium, op mijn Vierge! Ik bepaal dan wel het tempo in het “achtervolgende” groepje, maar het is geen controlerend tempo, integendeel… het is mijn bedoeling om een langzame schifting door te voeren. Op de Vierge bestaan er immers geen teambelangen: het is ieder voor zich!
Mijn belangrijkste concurrent in deze beklimming is ongetwijfeld mijn maatje Denis: een onstuitbare stoomtrein als hij op dreef raakt, maar een echte diesel in de aanvangskilometers. Mijn sleurwerk van aan de voet is dus vooral met de bedoeling om de Beer van Menen in het rood te jagen… ja, misschien wel een tikje te verkopen.
Na 1,5km klimmen komen we aan het Lac des Corbeaux, en nu komen de steilste brokken eraan. Geert en Biker hebben ons laten gaan, maar Didier, Pieter en vooral Denis lijken probleemloos mee te fietsen. Zo slopend zal mijn tempo dus wel niet geweest zijn!
Integendeel: op een steile strook gaat Boenske er als een duiveltje uit een doosje van door. En wie reageert als door een horzel gestoken? Bondu, Denis, de Beer van Menen!
Ik moet een gaatje laten vallen van 20, 30 m, en als plots Didier naast me komt rijden, dreig ik plots in zesde positie te verzeilen. Alarmfase rood! Er moet iets gebeuren: ik plaats een korte versnelling, recupereer een paar tientallen meter, en versnel nog eens. Oef, Didier is een klein beetje achteruit geslagen en de kloof met Denis en Boenske is wat kleiner geworden. Boenske blijft overigens onvermoeibaar het tempo aangeven, met Denis in het wiel: zijn indrukwekkende démarche op de Col d’Oderen was dus duidelijk geen ééndagsvlieg. Hij heeft de conditie, de macht en vooral het lef om eender waar gas te geven. Heerlijke kerel, vooral vergeleken met mijn eigen koersstijl: rekenen, berekenen, afwegen, elke versnelling, elke calorie gewogen op een apothekerschaaltje.
En as we speak, ben ik daar weer volop mee bezig. We zitten in de laatste kilometer, en die wordt geleidelijk aan minder steil… als ik het gaatje beperkt kan houden tot 20 m dan levert mijn terreinkennis (met dank aan mijn eigen blog, want ik ben hier ook nog maar één keertje geweest!) me die felbegeerde derde plaats op.
Als ik plots voor me uit het zonlicht op het asfalt (nou ja, asfalt…) zie schijnen, weet ik dat de top nabij is, hoogstens 200m na de bocht. In de laatste steile meters van de klim trek ik me op gang, en naarmate het minder steil wordt, schakel ik vliegensvlug bij. Voor Pieter en Denis in de mot hebben dat ik op komst ben én dat we in de laatste rechte lijn zitten, vlieg ik al (4 tanden groter trappend) langs hen heen. Denis springt nog achter me aan, maar te laat: met de vuist in de lucht rijf ik de derde plaats binnen. Een kinderhand is immers gauw gevuld!
Terwijl we high fives uitwisselen, sakkert Denis: ” Verdomme, hé, ik laat me weer vangen! Het scheelde met moeite een metertje!”
Een vriendelijke wandelaar hoort ons bezig en vraagt in zijn beste Duits of dat broebeltaaltje dat we spreken een dialect uit de Elzas is. Als we antwoorden dat we “Flamen” zijn, roept hij plots uit in het Nederlands: “O jeetje, dan zijn jullie buren van ons!”.
En natuurlijk is hij bereid om ons groepje te fotograferen bij het euh… wat lullige naambordje van de Vierge [13] [14] [15] . Een zalige col als deze verdient beter dan zo’n armzalig etiketje… Doe daar iets aan, meneer de burgemeester van La Bresse!
In vliegende vaart dalen we af naar de Col du Bramont, over een smalle “route forestière” met nauwelijks 2 bochten. Daarna dalen we verder doorheen de 12 hairpins van Le Petit Alpe d’Huez. Ik laat de snelheidskick aan mijn ploegmaats, en knijp als op-één-na-slechtste-daler weer regelmatig de remmen dicht om bij Pieter te blijven. Safety first! En het blijkt geen overbodige luxe: als we met hoge snelheid op een haarspeldbocht afkomen, zie ik dat de weg beneden ons verperd is door een gigantische grasmaaier (waarmee de bermen een beurt krijgen) en een auto die aan de beklimming bezig is. Ik geef onmiddellijk teken aan Pieter om fors in de remmen te gaan, want eerst moet de auto langs de “maaiers” passeren vooraleer wij door kunnen. Onze remmen kreunen als we bruusk vertragen van 50 km/h naar 5 km/h …
“Hoh man, ik zou je een knuffel kunnen geven!” bedankt Boenske me.
“Dan moet je je eerst scheren!” schreeuw ik hem toe, en laat me weer naar beneden rollen.
Tussen Wildenstein en Kruth sluiten we weer aan bij onze makkers, en in gesloten slagorde rijden we naar de voet van de Grand Ballon, in Moosch. De drukke N66 werd hier recent voorzien van een fietspad… met de moeilijkheidsgraad van een trialparcours. Om de veiligheid te verbeteren (de N66 bulkt van de vrachtwagens) werd het fietspad een dertigtal cm boven het wegdek geplaatst, waardoor je bij elke dwarsstraat een springschansgevoel krijgt: bergaf, bergop, hupla. Bovendien slalomt in Saint-Amarin het pad plots tussen de verlichtingspalen. Great stuff voor Biker, maar voor baanjeanetten mag het iets normaler zijn.
Aan het kerkje van Moosch gaan we linksaf, en meteen begint de klim naar de Grand Ballon. Deze maakt meteen duidelijk dat het niet om te lachen is: het stijgingspercentage schiet meteen naar 8%. Mark begint meteen aan zijn traditionele soloslim naar de top, terwijl de rest de eerste kilometers gegroepeerd aflegt. Maar deze col is veel te heftig (te lang, te steil) om aan elkaars wiel te kleven, en al gauw zoekt iedereen zijn eigen klimtempo. Rossi, Denis en Pieter rijden makkelijk van ons weg, terwijl Biker en Geert een beetje terugvallen. En dus blijf ik over met Didier, die op deze klim blijkbaar mijn beste “klimmatch” is.
En voor wie dacht dat het afgelegde stuk van de klim zwaar was, is er slecht nieuws: na 5 km verlaten we de “hoofdweg” en schakelen in een scherpe bocht over naar een route forestière… die er meteen nog een paar stijgingsprocenten bijdoet. Ik voel mijn kaars uitgaan, en moet Didier laten gaan. Ik sukkel een kilometer of drie in mijn ééntje verder, tot ik plots iemand naast me hoor opduiken. Is Biker kunnen terugkeren? Da’s straf!
Maar dan zie ik dat het Rossi is… Huh? Reed die niet minstens een kilometer voor me uit?
“Oeps, we zijn een klein beetje verkeerd gereden!”, grijnst hij.
Why am I not surprised? Die gasten maken er gewoon een specialiteit van om de verkeerde afslag te kiezen… Geef hen alstublieft een fiets-GPS!
“O ja”, voegt hij er nog aan toe, “Denis is serieus jacht aan het maken op jou!”. En hup, hij gaat er weer vandoor, met verbazingwekkend gemak, recht naar Didier. Ongelooflijk, die pé!
Een blik over mijn schouder, en inderdaad, daar komt Denis aanstomen.Ik geef het hem natuurlijk niet op een presenteerblaadje, en probeer amechtig mijn tempo op te trekken. Ervoor werken zal ie!
Maar mijn benen voelen aan als lege gasflessen, en 4 km voor de top heeft Denis me te pakken. We rijden net op een lichtdalende strook, en hij trekt meteen fors door om een kloofje te slaan. Dat lijkt hem te gaan lukken, tot ik hem in de volgende bocht hardop hoor vloeken… zijn versnellingsapparaat piept en kraakt, want het aflopende stuk is in één klap getransformeerd in een muur van 15%.
Dit is duidelijk geen plaats voor spelletjes en de resterende anderhalve kilometer tot de Route des Crêtes leggen we samen af, elkaar voortdurend aanporrend en aanmoedigend.
“Volhouden, maat, straks krijgen we op de Route des Crêtes minstens een kilometer aan een stuk vlakke weg tot aan de laatste stukje klim naar de Grand Ballon.”
Denis trekt zich op aan dit vooruitzicht en kan er weer eventjes tegenaan. Onwaarschijnlijk hoe je na meer dan 10km klimmen, reikhalzend uitkijkt naar een vlak stukje… Na elke bocht hoop ik de Route des Crêtes te zien opduiken, maar telkens zie ik enkel deze verdomde route forestière even – pardon my French – klotesteil omhoog lopen. De pedalen zijn ondertussen echte marteltuigen geworden, die alle energie, elke laatste calorie uit onze benen zuigen als vampiers.Elke vezel in ons lijf schreeuwt het uit: “Stop daarmee. Laat het ophouden.”
En dan zie ik plots de “Auberge du Haag” boven ons opduiken… het restaurantje op de gelijknamige Col du Haag, pal onder de Grand Ballon [16] .
“Vergeet die vlakke kilometer maar, Denis, we zitten al op de Col du Haag… ‘t is direct weer omhoog.”
Wij verontschuldigen ons voor deze censuur, maar U begrijpt dat het antwoord van Denis niet voor publicatie vatbaar is…
Met nog anderhalve kilometer te gaan van de Col du Haag naar de Grand Ballon, ruikt Denis de stal en geeft er nog eens een snok aan. Ik kan me alleen maar afvragen waar die mens de energie blijft halen, en sukkel voort op mijn “tempo” . In de laatste bocht [17] , op 250m van de top, zie ik Boenske een meter of 30 achter me opduiken. Waaw, die heeft er toch ook een prachtige beklimming opzitten, want ondanks zijn wegvergissing heeft hij me bijna weer bij de lurven.
Ruim een kwartier na Mark bereik ik de Medishop-camionette, waar verder ook nog Didier [18] , Rossi en Denis staan uit te blazen. Ik heb de 13 km afgelegd in 1:20:00 (9,75 km/h)… toch wel één van de zwaarste beklimmingen die ik ooit uitvoerde.
Een paar seconden na mij rolt Boenske [19] over de top, en enkele minuten later meldt ook Biker [20] zich. Mark toont zich een uitmuntend ploegmaat (en heeft nog wel zin in wat extra klimwerk) en springt op zijn fiets om Geert bij te staan in de laatste kilometer van zijn beklimming.
En dan zorgt Dirk voor een verrassing van formaat door een Franse lunch tevoorschijn te toveren: stokbrood, kaas, salami, … enkel de rode wijn ontbreekt [21] !
Niet bepaald een atletendieet, maar het smaakt als hemelse manna!
Net als gisteren waait er een ijzige wind over de Vogezentoppen, zodat we al snel naar binnen gedreven worden. “Elk nadeel hep z’n voordeel”, want nu zitten we lekker dicht bij de “pression” en dus kunnen we een oude traditie in ere houden: het-drinken-van-een-halve-liter-op-de-hoogste-col [22] [23] .
Nadat de bierpul tot de laatste schuimvlok leeggelebberd is, kunnen we weer op pad – maar niet vooraleer Rossi de vlaggenmast van de Grand Ballon geswaffeld heeft [24] !
We staan klaar om te vertrekken als ik Boenske zie opdagen zonder helm.
“Euh, wat ben jij van plan? We hebben een afdaling van 20 km voor de boeg…”
Blijkt dat zijn helm nog in de camionette ligt… die reeds op weg is naar het verzamelpunt aan de voet van Le Markstein. We bellen Dirk op, en die maakt direct rechtsomkeer om Boenske op te pikken. We nemen voorlopig afscheid van Pieter en knallen naar beneden op één van de zaligste afdalingen van de Vogezen: perfect wegdek, prachtig uitzicht, snelle bochten… Belangrijk extraatje: op de Grand Ballon en Route des Crêtes werd ons het leven zuur gemaakt door een felle, ijskoude wind, maar terwijl we naar beneden razen, voelen we de warmte uit het dal opstijgen. Zalig!
In een mum van tijd staan we aan het Lac de Wildenstein [25] [26] , waar we een tijdje wachten [27] [28] tot de camionette arriveert met zijn belangrijke vracht – in casu Boenske [29] [30] .
We trekken weer op pad, maar echt enthousiast kan je ons niet noemen: voor ons ligt de angstaanjagende combinatie Col du Bramont – Route des Américains, goed voor 10,5km “klimplezier”, waarbij vooral de Route voortdurend flirt met de 10%… Na goed 75 km fietsen op een zwaar parcours alles behalve een opbeurend vooruitzicht!
Denis en Boenske hebben er best nog zin in, en gaan in een aardig tempo bergop. Rossi en ik voelen stilletjes aan onze rekker breken, en wij rijden gedisciplineerd omhoog aan 10 km/h, met Geert in ons wiel. Uiteindelijk zal de Menense/Wervikse Combinatie de 7 km naar de top van de Bramont een tiental minuten sneller afwerken dan wij… straffen toebak na zo’n zware rit!
Na een klein kilometertje dalen, vliegen we goed gelanceerd de Route des Américains op, voor de laatste 3,5km klimmen van de dag. Helaas sterft de drive van de afdaling na een paar tiental meter al uit en moet je weer verder op louter spierkracht. Nou, kracht … als ik op mijn benen tik, halmen ze als lege olievaten… En net als op de Grand Ballon kijk ik na elke bocht reikhalzend uit naar de Route des Crêtes, naar het einde van de calvarietocht. Dat het er weer verrekte koud zal zijn, neem ik er dan maar bij…
Oef. We zijn boven. Jasje aan. Op weg over de Crêtes in de richting van de Schlucht. Af en toe nog een kuitenbijtertje van een paar 100m, maar vanaf de Hohneck verloopt nagenoeg alles in dalende lijn. Eerst dalen we in vliegende vaart naar de Col de la Schlucht, daarna omzichtig via Le Collet naar de Col des Feignes (afdalen naar een col, ‘t is eens iets anders dan dat ordinaire beklimmen ervan!).
De laatste 12 km van de rit zijn prinsheerlijk: de afdaling van de prachtige Col des Feignes. Mooi decor, en een zachte afdaling (5%) waar je voortdurend kan bijtrappen. Om 17u zijn we terug aan het Hotel du Lac des Corbeaux, en we zetten onmiddellijk koers naar de bar om op ons positieven te komen [31] [32] [33] .
Ik heb vandaag fameus afgezien, en zit totaal op mijn tandvlees. Ik laat me vallen op de eerste de beste stoel die ik tegen kom, en blijf daar een uurtje of twee als vastgegoten zitten. Bij elke ademstoot heb ik pijn in de borst… de inspanning? De koude wind op de Crêtes? Of een combinatie van beide? Hoe dan ook, dit was zeker één van mijn zwaarste ritten ooit.
Na twee uurtjes “lageren” ( © Boenske ) en een ontspannende douche, kunnen we er weer tegen en worden de calorieën aangevuld [34] . Na het avondmaal wordt de vochtbalans verder op peil gebracht in de bar van het hotel, maar net als op de Grand Ballon word ik uit de wielen gereden en om 22u30 dringt een harde beslissing zich op: ik hou het “lageren” voor bekeken en rol me in mijn nest. Met een flinke dosis Dafalgan ga ik de keel -, long- en hoofdpijn te lijf… sport is gezond!
19 juni, 2009 at 7:57 pm
Yow Meurten!
Net gedaan met de 2 verslagen van de Vogezen te lezen!! Schitterend werk man, echt sterk van je!
Je werk is vlot lezend en sappig geschreven!! Doe zo verder!!
21 juni, 2009 at 8:07 am
Amaai, Boenske: die twee verslagen in één tijd na elkaar gelezen? Da’s een boel gelul om in één keer te verwerken!
Uw uithouding achter de pc is dus minstens zo straf als die op uw fiets!
23 juni, 2009 at 9:14 pm
Achter de pc heb je wel het voordeel dat je eentje kunt lageren zoals ik deed toen ik je verslagen las.
Op uw fietske moet ge dat niet doen he!