43 km | 2:23:24 | 18,0 km/h | 157 hfr
Voor het vierde weekend op rij trok een delegatie van de Bosmolens erop uit om een MTB-parcours onveilig te maken. Dit keer stond de Imes Classic Tourtocht in St Andries op de agenda. Om 8u tekenden Bert en ik present om Koen op te pikken. Geen gerommel met fietsrekken voor ons: de fietsen werden vakkundig op een hoop gesmeten in mijn Peugeot Break – MTB’s met zachtheid behandelen is toch parels voor de zwijnen!
Iets na negen stonden we klaar aan de Veemarkt in St Andries, popelend om nieuwe MTB-avonturen te beleven. Doel: de tocht van 56 km als het kon, die van 43 km als het moest…
De eerste onverharde strook was meteen wondermooi: geen brede boslanen zoals in Ruiselede, maar een smal traject, afgespannen met bouwvakkerslint, slingerend tussen de bomen! Adembenemend! Bovendien werd een diepe gracht midden in het bos een keer of 4 doorkruist. Smal, kronkelend en doorsneden met een diepe gracht – technischer dan dit heb ik het nog niet meegemaakt in mijn uiterst korte MTB-carrière. Als alle stroken zo mooi zouden zijn als deze, dan zou deze rit een ware droomtocht worden!
Een paar kilometer verder doken we weer het bos in, maar hier was de toestand volledig anders: een ongelooflijke smurrie wachtte ons op. Op een bepaald moment ploeterden we aan 6 km/h door een brij met de viscositeit van vers cement. Bertje vertoonde verhittingsverschijnselen, en besloot tot een stomende strip tease middenin het bos! Achteraf gezien bleek deze tussenstop geen bijster goed idee, want door de viezigheid tussen mijn klikplaatjes raakte ik niet meer in mijn klikpedalen. En probeer dan maar eens kracht te zetten op die miniscule, glibberige pedaaltjes! Ondanks herhaaldelijk uitschrapen van schoenen en pedalen met een stokje, zou dit euvel me de hele rit achtervolgen…
Na 2 bosstroken veranderde deze Bossentocht echter in een “gewone” veldtoertocht door maïsvelden, weilanden en andere modderstroken. Alhoewel, “gewoon” … dit was verdikke één van de zwaarste tochten die ik ooit gemaakt heb! In Aartrijke werden we een strook opgejaagd, waar ik zelfs op het allerkleinste verzet nauwelijks vooruit raakte. Modder, hoog gras en een ongemeen felle kopwind konden de moeilijkheids graad van deze strook echter niet verklaren – pas toen mijn blik op mijn Garmin viel, besefte ik wat er aan de hand was: het was ook nog eens 4 à 5% bergop! Welkom op Aartrijke Berg!
Boven zag ik iedereen naar adem happen en eventjes de beentjes stil houden… Oef, ook doorgewinterde bikers hadden hier blijkbaar fameus afgezien!
De volgende strook was ook weer lood-en loodzwaar: eerst naar eigen goeddunken een min of meer berijdbare strook zoeken op een maisveld, daarna een plas blubber waar iedereen gedwongen werd om af te stappen. Iedereen? Nee, Chris Lefevre, de voormalige Izegemse top-renner, stoomde op kracht en karakter door de modder… een sterk staaltje!
En dan, net na de 2 zwaarste stroken van de dag, kwamen we aan de splitsing tussen de 43 en 56km. Een beslissing drong zich op… de benen schreeuwden om de 43, een blik op de klok deed de rest. De grote toer zou ons niet voor 13u weer in St Andries brengen, en zou de beschikbare tijd voor de ó zo belangrijke nazorg sterk beperken. Het enige nadeel van de iets kortere tocht was dat we de tweede bevoorrading misten. Maar niet getreurd: de arendsblik van Koen bespeurde op 10 km van het einde een aardig cafeetje, en we besloten een voorschot te nemen op de nabehandeling. De blonde Tongerloo deed wonderen, vooral in combinatie met de dextrose-pillen van Bert!
De kleine alcoholroes bezorgde me ook wat meer durf en lef op de moeilijkere stroken, zodat we in het laatste deel van de tocht er fameus de pees oplegden. Koen, die als een hovercraft over de modder stoomde, moest na elke zware strook eventjes op Bert en mij wachten – maar tot zijn grote verbazing draaiden we plots in zijn wiel het asfalt weer op.
De coctail van energiegel, Tongerloo en dextrose gaven me zelfs zo’n boost dat ik op de laatste onverharde strook besloot een aanval te lanceren op Koen’s hegemonie. Ik sprong onverwachts weg vanachter zijn rug en kon een paar lengtes nemen. Zoals verwacht liet Koen dit niet gebeuren en kwam prompt achter me aan. Al gauw dokkerden we in een doldwaze sprint aan 35 km/h over het grintpad. Koen kon me remonteren, en snokte meteen door, vastbesloten om het tempo in die laatste kilometers niet meer beneden de 30 km/h te laten zakken. Ik was met een kleine achterstand van de laatste strook gerold en had alle moeite van de wereld om me naar zijn achterwiel te knokken. De groepjes naar de finish uitbollende bikers keken raar op naar die 2 snuiters die zaten te jakkeren alsof hun leven er vanaf hing.
Na het afspuiten van onze bolides en aantrekken van droge kleding, werden we door Chris Lefevre uitgenodigd op de receptie aangeboden door Imes. En we werden fameus in de watten gelegd: braadworsten en een lading Leffe zorgden al snel voor een positieve calorieënbalans. 8)
Conclusie: mooie tocht met leuke afsluiter, maar wel veel minder bos dan je van een bossentocht zou verwachten. Maar zoals een gebruiker op mountainbike.be het treffend verwoorde:
“De Brugse bossen moeten blijkbaar niet enkel bossen zijn, het mogen ook Veldegemse weiden, Zedelgemse kasseien en Aartrijkse bergen zijn.”




