Col des Faignes / Le Tillot (14km / gemiddeld 3,3% / steilste 8%)
Nauwelijks bekomen van de lange reis, trekken we op pad. Via de Rue du Hohneck (D34) peddelen we in de richting van het centrum van La Bresse. Na nauwelijks 2 of 3 kilometer gaan we rechtsaf in Rue du Chajoux (D34c) en gaan de poppen meteen aan het dansen: onze eerste klim komt eraan! Dit is wat ons te wachten staat in de woorden van Alex Polfliet:
“We fietsen stroomopwaarts langs de oever van de Moselotte. Je moet niet eens veel kaas gegeten hebben van aardrijkskunde en fysica om te weten dat een bergriviertje stroomopwaarts volgen altijd gelijk staat aan stijgen. Dat doen we de eerste kilometers aan gemiddeld 4 procent, maar op zo’n onregelmatige manier dat het wel lijkt alsof de weg in golven is aangelegd. Zes kilometer na La Bresse gaan we onder een skibrug door, en vlakt de weg af tot goed 2 procent. Dat komt goed uit, want nu kunnen we voluit genieten van het feeërieke veenmeertje ‘Lac de Lispach’. Het enige geluid dat hier de stilte doorbreekt is het tikken van je derailleur: een rechtse bocht kondigt een wat steiler stuk aan en terugschakelen is de boodschap. We draaien het bos in, en ook al mag je ondertussen van een echte klim gewagen, we kunnen perfect de adem onder controle houden en met een soepele tred de pedalen rondmalen. Na 10 kilometer dalen we een eindje af, tot we weer bij de D34 komen: dit is de Col des Faignes.
We gaan linksaf op de D34 en als honderd meter verder een weg met een grote lus links van ons bij de D34 komt, moeten wij nog steeds rechtdoor. We vatten meteen het steilste stuk van de klim aan: een dubbele kilometer aan 8 procent. Maar net als het zweet op ons voorhoofd begint te parelen, bereiken we Le Collet, het kruispunt met de D417.”
Col du Surceneux (2km / 3%)
“Van hieruit is het slechts twee kilometer vals plat tot de top van de Schlucht, maar wij gaan rechtdoor en dalen af tot het zes kilometer verder gelegen Le Valtin. Daar draaien we links in, richting Gérardmer. We zijn ondertussen wel weer aan het klimmen want we gaan richting Col du Surceneux. Dit kan echter amper een col genoemd worden: twee kilometer aan 3 procent, er zijn viaducten die vermoeiender zijn dan dit …”