27/08/2007: Mt Ventoux (Bédoin)

By meurten
  • Mazan – Mont Ventoux:       75,20 km | 4:12:39 | 17,9 km/h | 162 hfr

Na een uitgebreid ontbijt (Frans stokbrood, koffie, 2 porties muësli, 2 isostar long energy repen en 1 flesje extran citrus), begint om 8u37 mijn tocht naar de top van de Mont Ventoux. Ik ben zeer tevreden dat ik de route naar Bédoin gisteren verkend heb, want nu weet ik waaraan me te verwachten: 12 km bergop. Ik rij dan ook zeer rustig, om niet te veel krachten te verspillen, want het grote werk begint pas na Bédoin.

Na ongeveer 25 minuten rij ik Bédoin binnen en … Hell! Het is markt… het straatje naar de beroemde fontein staat vol marktkraampjes. De fontein zelf is verstopt achter een muur van marktwagens. Het bord “Chalet Reynard 16 | Le Mt Ventoux 22” is nog net zichtbaar tussen 2 camionettes en ik stop om een foto te nemen [3] . Daarna overschrijd ik de witte lijn: het spel is begonnen. Tot tweemaal toe vrees ik dat ik verkeerd aan het rijden ben, maar een richtingaanwijzer naar Mt Ventoux en het naambordje van de gemeente Sainte-Colombe verzekeren me er telkens van dat ik goed zit! Een bejaarde inwoner van Saint-Estève roept me iets toe, en maakt het V-teken. Ik antwoord met de duim omhoog en roep “Merci”.

In de beroemde Bocht van Estève hou ik halt om een foto te nemen, aangezien de top van de Ventoux prachtig boven de Bocht uittorent. Twee Franse wielertoeristen rijden voorbij en groeten me [4] . Net als ik wil vertrekken om de uiterst lastige 10 km van de klim net voorbij Saint-Estève aan te vatten, zie ik een zwarte Peugeot de bocht inrijden. Eerst denk ik “Hé, Belgen!” en daarna “Maar ik ken die nummerplaat.” Inderdaad, het zijn mijn schoonouders, vrouw en kinderen die me een hart onder de riem komen steken.

Ik spring weer op mijn fiets, en begin eraan. De weg loopt onmiddellijk enorm steil omhoog, en ik krijg het meteen lastig. Moet ik dit nog 16 km volhouden? Onmogelijk! Na enkele hectometer krijg ik één van de Franse wielertoeristen in het vizier: hij zwalpt van de ene kant van de weg naar de andere. Een wielrenner in volle afdaling slaakt een ijselijke kreet en kan de zwalper maar net ontwijken. That was close!

 

Als ik de zwalper inhaal, springt hij van zijn fiets en roept naar zijn kompaan die een honderdtal meter verderop fietst:”Vas-y, ca ne va plus!”. En het is hier inderdaad niet te doen ook: mijn Edge 305 toont meestal stijgingspercentages tussen 10 en 12%, met uitschieters tot 15%. Mijn hartslag schiet naar 193 en ik moet vechten tegen de aandrang om er meteen mee op te houden. Dit is niet menselijk! Op dat moment rij ik de eerste Fransman voorbij, en dat is meteen een geldige reden om nu niet van mijn fiets te springen. Ik ben nauwelijk 2 km voorbij Saint-Estève en ik ben stikkapot. Gelukkig begint het hier wat vlotter te lopen: het stijgingspercentage beperkt zich af en toe tot 7 à 8 % en langzamerhand krijg ik mijn hartslag onder controle (172 slagen per minuut): dit tempo moet ik vasthouden! Door de lagere hartslag voel ik me stukken beter… op deze manier raak ik zeker boven! Bovendien is opgeven geen optie: wat zou mijn vrouw zeggen, als ik deze reis boek en dan na 2 moeilijke kilometers opgeef? En mijn collega’s van het Bond Moyson Cycling Team? Ik kan toch moeilijk opdagen op het werk met de melding dat ik nauwelijks voorbij Saint-Estève ben geraakt? Failure is not an option, dus trap ik verder.

 

Als ik de op de weg geschilderde markering “11 km” passeer, besef ik dat ik halfweg ben. Bovendien zie ik hier voor het eerst sinds ik het Bos inreed weer de top van de Ventoux, dus stop ik om een foto te nemen. Elk excuus is goed op zo’n moment J ! Op de parking vlakbij staan 2 Nederlandse auto’s en zodra ik begin te prutsen met mijn camera vraagt een vrouw me of ik op de foto wil. Ik antwoord bevestigend en overhandig mijn toestel [5] . Hoe langer dit duurt hoe beter! Na de korte fotosessie, vul ik mijn drinkbussen bij. De koelelementen in mijn rugzak waren een gouden ingeving, want de aquarius is nog ijskoud:  heerlijk!

 

Ik spring weer op de fiets en vervolg mijn calvarietocht: nog 5 km tot Chalet Reynard, komaan! Iedere keer als ik een kilometer volmaak, moet ik vechten tegen de neiging om even te stoppen. “Nu niet stoppen, de volgende kilometer zullen we even rusten.” Ondertussen blijkt mijn versnelling (34 x 26) te groot voor deze job: bij elke pedaalslag hoor ik een onheilspellend gekraak in mijn linkerknie. De steile stroken zijn een regelrechte aanslag op mijn gewrichten.

 

Vóór Chalet Reynard ontmoet ik nog tweemaal de vriendelijke Nederlanders, die hun Ventourist opwachten die enkele hectometers achter mij aan rijdt. Telkens wisselen we snel een paar woordjes. “Het is wat hé?”. “Ja”, bevestig ik, “Het is wat!”. Blijkbaar begin ik er slechter en slechter uit te zien, want de volgende keer als we elkaar ontmoeten vraagt de moeder van de Nederlandse klimmer (het zou ook de schoonmoeder kunnen zijn natuurlijk):”Gaat het nog wel?”. “Ja, het gaat nog wel”, al voeg ik er veelbetekenend aan toe: ”Min of meer.” Ondertussen hoor én voel ik het sinistere gekraak ook in mijn rechterknie. Mijn cadans is teruggevallen op 30 omwentelingen per minuut: 1 seconde om mijn linkertrapper naar beneden te duwen, daarna 1 seconde om hetzelfde te doen met de rechtertrapper. Dit is echt wel harken! Ik tel niet langer de hectometers af, maar de decameters. Jongens toch, wat loopt die afstandsmeter traag op! 

 

 

 

Chalet Reynard. Ik pomp mezelf voortdurend moed in door de af te leggen weg tot Chalet Reynard als een mantra te herhalen. En plots, als ik denk dat ik nog een kilometer te gaan heb, zie ik de Chalet liggen na een scherpe bocht. Eerst kan ik het nauwelijks geloven, maar dan zie ik de grote parking en het opschrift op het restaurant: ik ben er!

 

Plots hoor ik hemelse stemmetjes roepen: “Papa, papa, papa!” Mijn vrouw, schoonouders en kindjes zijn al naar de top gereden en dan teruggekeerd om mij op te wachten bij Chalet Reynard [6] [7] . Ik vul mijn drinkbussen met fris water uit de frigobox, want ik ben de zoete koolhydraatdrankjes kotsbeu. Om gewicht te sparen voor de laatste 6 km haal ik de koelelementen uit mijn rugzak. Twee volle drinkpullen en 1 fles aquarius in de rugzak moeten volstaan tot de top. Ik eet nog een isostar reep en drink een paar slokken energiegel … en moet bijna kokhalzen van de smaak. Snel doorspoelen en doorfietsen.

 

Ik rij het maanlandschap binnen, en de zon brandt genadeloos op mij neer. Ik begin stilaan te vrezen voor een zonneslag, want nergens is er ook maar een vierkante centimeter schaduw. De aanmoedigingen van de dalers klinker luider en luider: zij beseffen maar al te goed wat ik nu doormaak. “C’est bon, jusqu’au bout!”, roept er één mij toe. Tegen de tijd dat ik “Merci” geroepen heb, is hij al 2 bochten lager …

 

En dan ben ik eindelijk aan het monument van Tom Simpson. Ik stap van mijn fiets om enkele foto’s te nemen [8] [9] , en wordt overvallen door een vreemd sacraal gevoel. Simpson, de Patroonheilige van de Ventourist. Als ik enkele minuutjes later verder fiets, blijkt dat dit oponthoud geen goed idee was: mijn benen draaien vierkant, en alles doet pijn. In de voorlaatste bocht staat een sportfotograaf foto’s te maken van de voorbijrijdende (voorbijlijdende?) fietsers. Als ik in de bocht kom, roept hij me toe: “Allez, monsieur, ca va allez, encore 800 mètres!” Hij neemt 3 kiekjes van me en loopt (nou ja, ik rij maar 7 km/h) een eindje met me mee om een kaartje in mijn handen te duwen: ”C’est sûr internet!” [10]  [11]  [12]

 

Ik ben vlakbij het Observatoire, maar ik krijg de pedalen totaal niet meer rond. Een blik op mijn Edge maakt me duidelijk waarom: 500 m voor de top krijgen we hier nog eventjes een stijgingspercentage van 14% voor de wielen! “Dit is toch niet eerlijk”, schiet er door mijn hoofd, “zo dicht bij de top nog zo steil!”. Ik zet door en dan kom ik in de laatste bocht. Ik wil als een imperator en danseuse de bocht doorfietsen, maar zodra ik probeer recht op de trappers te lopen, schiet er een enorme kramp in mijn billen. Dus toch maar zittend door de bocht… en dan ben ik boven. Of toch nog niet helemaal: terwijl ik over mijn stuur hang, komt een oudere heer op me af: “Vous êtes presque là, encore un tout petit peu.”, en hij wijst naar de parking een paar meter boven me. Oeps, ik heb eventjes te vroeg victorie gekraaid. Ik maak rechtsomkeer en fiets snel de resterende hoogtemeters bijeen. En nu ben ik er echt! [13]

Ik heb  er 2:20:00 over gedaan, of een gemiddelde van 9,1 km/h: mijn traagste rit ooit J !

 

Ik vraag een Belgische vrouw die haar man fotografeert onder het bord “Sommet du Mont Ventoux, 1910m” of ze een foto van mij wil nemen ook. Ik overhandig mijn fototoestel en probeer zo triomfantelijk mogelijk in de lens te kijken. Deze foto is eigenlijk waarvoor je die lijdensweg doormaakt … [14]

 

Ik rij nog eventjes naar het winkeltje, maar het is er me te druk. Bovendien brandt de zon genadeloos neer op de Ventoux, en is er geen zuchtje wind. Ik geniet nog eventjes van het ronduit indrukwekkend panorama, en dan hesp ik mijn helm los van mijn rugzak om aan de afdaling te beginnen. Ik laveer tussen de menigte door en begin de afzink richting Malaucène.

 

Dit is echt wel genieten! Het zicht is perfect, het asfalt ligt er nagelnieuw bij en er zijn nauwelijks auto’s. Al gauw schiet ik aan 65 km/h naar beneden. Op een recht stuk haal ik zelfs 77 km/h, maar net als ik probeer om de 80 km/h te halen, duikt een haarspeldbocht naar rechts op. Ik ga vol in de remmen, maar heb het gevoel dat ik nooit op tijd voldoende kan vertragen. Ik schop mijn voeten uit de klikpedalen om op het ergste voorbereid te zijn, maar uiteindelijk kom ik zonder kleerscheuren door de buitenkant van de bocht.

 

Die 80 km/h zal voor een andere keer zijn, want ik opteer ervoor om verder gecontroleerd af te dalen, aan een snelheid van 55 à 60 km/h. Tot ik plots geblokkeerd word door een Belg-met-volgauto, die daalt met dichtgeknepen remmen én dichtgeknepen billen. We gaan net door een reeks onoverzichtelijke bochten zodat inhalen uitgesloten is. Ik moet constant in de remmen om niet tegen de achterbumper van de wagen terecht te komen. Ik moet hier echt weg zien te raken, want die angsthaas blijft dalen aan 35 km/h en haalt alle fun uit mijn afdaling. Op een recht stuk weg zie ik plots mijn kans schoon, duik ineen over mijn stuur en breng mezelf met een paar fikse pedaalslagen naast de auto. De zwaartekracht doet de rest, en tegen 60 km/h schiet ik de harker voorbij. Ik grinnik in mezelf, want nauwelijks 2 maanden geleden ben ik de Col de Brammont in de Vogezen op dezelfde manier als deze man naar beneden gereden. Nu pas besef ik wat een komisch zicht de mannen in onze volgcamionette daar moeten gehad hebben!

 

Twee kilometer verder is de afdaling voorbij, en de hitte van de valei slaat me in het gezicht. Ik rij het centrum van Malaucène binnen en moet tot mijn onsteltenis onmiddellijk weer beginnen klimmen. Na een half uur dalen, krijg ik mijn zwaar verzuurde benen nauwelijks in beweging. Het blijkt ook niet zomaar een strookje bergop, maar een heus klimmetje van 3 km met stukken tot 5% . Oef, valt dat even tegen zeg! Gelukkig kom ik al gauw aan de splitsing Bédoin (linksaf, bergop) – Carpentras (rechtsaf, bergaf) en moet ik de leukste richting uit!

 

Ik schakel weer naar het buitenblad en zoef nu lekker richting Caromb. Ondertussen geniet ik volop van het prachtig uitzicht: een diep ingesneden dal, het prachtige kasteel van Le Barroux, de zon op de Provençaalse daken … . In Caromb zie ik een richtingsaanwijzer “Mazan 6 km” en ik begin aan de laatste etappe van mijn “Tour du Ventoux”. Het paard ruikt de stal, en ik trap nu lekker hard door – ondanks de loden hitte die over het landschap hangt. Als ik Mazan binnen rij voel ik me een Romeins generaal tijdens zijn triomftocht! Exact 5 uur na mijn vertrek, rij ik het kiezelbaantje naar ons vakantiehuis op. Ik hoor de kinderen joelen in het zwembad, en begeef me onmiddellijk naar de dichtsbijzijnde ligstoel. Ik gooi mijn helm, handschoenen, zonnebril en hartslagmeter op tafel. Het zweet gutst van me af.

 

Voor de rest van de dag neem ik het ervan: wat ronddobberen in het zwembad, wat nagenieten op een ligstoel en alles naar binnen kappen wat ook maar enigszins drinkbaar is (Kronenbourg, Côtes du Ventoux en als afsluiter blonde Grimbergen).     

 

route op Google Maps | route op Google Earth | foto’s

Categorie: , , , ,

2 Reacties naar “27/08/2007: Mt Ventoux (Bédoin)”

  1. Mark zegt:

    Mooi verslagje Wim.
    Misschien beklimmen we ooit wel eens samen de reus van de Provence.

  2. meurten zegt:

    You bet! Die bult beklimmen we zeker ooit eens samen, wie weet wel met het ganse Bond Moyson Cycling Team!!

    Maar dan kom ik wel een uurtje na jou boven!! :o )

Reageer